Overslaan naar inhoud

Onderzoeks-en aanslagtermijnen: een welkome inkorting

Procedure
25 juni 2026 in
Onderzoeks-en aanslagtermijnen: een welkome inkorting
Advisius

Onderzoeks-en aanslagtermijnen: een welkome inkorting

Procedure


​ ​ ​ ​ ​  ​ ​ ​ ​ ​​voor de afdrukbare/pdf versie: click hier


De gewone onderzoeks- en aanslagtermijnen zijn vereenvoudigd en ingekort, zoals aangekondigd in het regeerakkoord van vorig jaar. Voorheen bestonden er vier verschillende termijnen naast elkaar, van 3 tot 10 jaar; voortaan blijven er slechts drie over, van 3 tot 7 jaar. De hervorming heeft terugwerkende kracht en neutraliseert zo de aanzienlijke verlengingen die in 2022 werden ingevoerd. 

SITUATIE

NIEUWE TERMIJN

VORING TERMIJN

Standaard

3 jaar

3 jaar (ongewijzigd)

Niet-indiening (geen of laattijdige aangifte)

4 jaar

4 jaar(ongewijzigd)

Complexe aangiften (juridische constructies, hybride mismatches, verrekenprijzen, enz.)

4 jaar

6 jaar/10 jaar

Fiscale fraude (voorafgaande kennisgeving verplicht)

7 jaar

10 jaar

Bewaring van boeken en bescheiden

7 jaar

10 jaar



1. NIEWE ONDERZOEKS - EN AANSLAGTERMIJNEN

Vóór de hervorming zagen de onderzoeks- en aanslagtermijnen er als volgt uit:

  • 3 jaar in de gewone gevallen 
  • 4 jaar wanneer geen of een laattijdige aangifte werd ingediend 
  • 6 jaar voor de zogenaamde semi-complexe aangiften 
  • 10 jaar in geval van fraude en voor bepaalde complexe aangiften 

Er blijven voortaan drie termijnen over:

  • 3 jaar als standaardtermijn
  • 4 jaar wanneer geen of een laattijdige aangifte werd ingediend (en voor complexe aangiften, zie hierna)
  • 7 jaar in geval van fiscale fraude

Complexe aangiften vallen niet langer onder de termijnen van 6 en 10 jaar, maar voortaan onder de termijn van 4 jaar. Een aangifte wordt als complex beschouwd wanneer zij betrekking heeft op:

  • meldingsplichtige juridische constructies;
  • meldingsplichtige hybride mismatchconstructies;
  • niet-uitgekeerde winsten die voortvloeien uit een kunstmatige fiscale constructie;
  • betalingen aan belastingparadijzen die aan specifieke aangifteverplichtingen zijn onderworpen;
  • vennootschappen die deel uitmaken van een multinationale groep die onderworpen is aan verrekenprijzen-documentatieverplichtingen (namelijk een groep met een geconsolideerde omzet van ten minste 750 miljoen EUR, of een groep met meer dan 50 miljoen EUR aan bedrijfs- en financiële opbrengsten, een balanstotaal van meer dan 1 miljard EUR, of een gemiddeld personeelsbestand van 100 of meer);
  • aangiften met een verrekening van het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting (FBB);
  • aangiften in de roerende voorheffing met vrijstellingen, verzakingen of verminderingen op grond van dubbelbelastingverdragen of EU-richtlijnen;
  • inlichtingen verkregen uit het buitenland met betrekking tot:

    • grensoverschrijdende constructies die aan een meldingsplicht zijn onderworpen; en
    • inlichtingen van platformexploitanten wanneer de gegevens met betrekking tot een belastingplichtige ten minste 25.000 EUR bedragen.

In geval van fraude moet de administratie de belastingplichtige voortaan vooraf in kennis stellen van haar vermoedens van fraude en van haar voornemen om de verlengde termijn van 7 jaar toe te passen.

Aanvangspunt van de termijnen

De termijnen beginnen te lopen op 1 januari van het betrokken aanslagjaar. Voor vennootschappen waarvan het boekjaar op een andere datum dan 31 december wordt afgesloten, lopen de termijnen vanaf die afsluitingsdatum.

Voorbeeld: inkomsten verkregen in 2025 en onderworpen aan de personenbelasting vallen onder aanslagjaar 2026. De gewone onderzoeks- en aanslagtermijn begint dus op 1 januari 2026 en loopt tot 31 december 2028. Hetzelfde geldt in de vennootschapsbelasting voor een boekjaar afgesloten op 31 december 2025.


2. BEWARING VAN BOEKEN EN BESCHEIDEN

Parallel met de inkorting van de onderzoeks- en aanslagtermijnen werd de wettelijke bewaartermijn voor boekhoudkundige boeken en verantwoordingsstukken teruggebracht van 10 jaar naar 7 jaar. Daardoor sluiten de bewaarverplichtingen aan bij de nieuwe controletermijnen en wordt het kader voor belastingplichtigen duidelijker.


3. INWERKINGTREDING

De nieuwe termijnen zijn van toepassing met terugwerkende kracht vanaf aanslagjaar 2023 en ontnemen elke uitwerking aan de verlengingen van de termijnen die in 2022 werden ingevoerd.


4. COMMENTAAR

Deze vereenvoudiging en inkorting van de termijnen versterken de rechtszekerheid van de belastingplichtigen aanzienlijk. Behoudens in geval van fraude kan de administratie geen aangiften meer herzien die tot 10 jaar eerder werden ingediend: in de meeste gevallen bedraagt de maximumtermijn voortaan 4 jaar.

De hervorming versterkt eveneens de waarborgen inzake de rechten van verdediging. Het reconstrueren van feiten en het verzamelen van bewijs vele jaren na de betrokken gebeurtenis is vaak moeilijk, zo niet onmogelijk, in het bijzonder in complexe of internationale dossiers. Voor ondernemingen maakte een termijn van 10 jaar de situatie nog moeilijker, aangezien het personeel dat ten tijde van de feiten in dienst was, vaak niet meer aanwezig is..





 

​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​



This document is of a general nature, for information purpose, and does not constitute a custom made personal advice. Although carefully drafted, it should not be relied upon as legal advice and as such does not engage any liability of the law firm Advisius.

© Advisius (CBE 0741.762.760)













Vertrek naar het buitenland? Let op de exit tax!
Vennootschapsbelasting - Personenbelasting