Overslaan naar inhoud

Belasting op meerwaarden op financiële activa: wat u moet weten (wet en circulaire)

Personenbelasting en rechtspersonenbelasting
30 september 2026 in
Belasting op meerwaarden op financiële activa: wat u moet weten (wet en circulaire)
Advisius

Belasting op meerwaarden op financiële activa: wat u moet weten (wet en circulaire)

Personenbelasting en rechtspersonenbelasting


Sinds 1 januari 2026 zijn meerwaarden die natuurlijke personen realiseren op financiële activa (aandelen, fondsen, ETF's, obligaties, crypto-activa, verzekeringen, beleggingsgoud) belastbaar in België. De wet van 6 april 2026 voorziet in drie regimes: een algemeen tarief van 10% met een jaarlijkse vrijstelling van €10.000, een progressief tarief voor aanmerkelijke belangen (≥ 20%) en een tarief van 33% voor interne meerwaarden. In circulaire 2026/C/74 van 22 juli 2026 licht de fiscale administratie haar standpunt toe over de kernpunten: waardering op 31 december 2025 (step-up), waarderingsmethoden voor niet-genoteerde aandelen, bronheffing en exit tax. Dit moet u weten.



​ ​ ​ ​ ​  ​ ​                                    ​         voor een afdrukbare/pdf versie: click hier

 


Kernpunten: 

  • Er bestaan drie stelsels naast elkaar: (A) interne meerwaarden (33 %), (B) aanmerkelijk belang (progressief schijventarief van 1,25 % tot 10 %, vrijstelling van 1.000.000 EUR) en (C) het residuaire algemene stelsel (10 %, jaarlijkse basisvrijstelling van 10.000 EUR).
  • Enkel de gerealiseerde meerwaarde die vanaf 1 januari 2026 wordt opgebouwd, is belastbaar: voor de financiële activa die op 31/12/2025 worden aangehouden, kan de aanschaffingswaarde in bepaalde gevallen op die datum worden vastgesteld (step-up), mits documentatie. Voor niet-genoteerde activa wordt slechts een beperkt aantal waarderingsmethoden aanvaard. In de praktijk moet uiterlijk op 31 december 2027 een waarderingsverslag van een bedrijfsrevisor of van een onafhankelijke gecertificeerde accountant zijn opgesteld; bij gebreke daarvan blijft doorgaans enkel de formule EBITDAx4 bruikbaar.
  • Voor de financiële activa die worden aangehouden bij een in België gevestigde financiële tussenpersoon wordt sinds 1 juni 2026 een roerende voorheffing van 10 % ingehouden, met mogelijkheid tot opt-out; de overige meerwaarden moeten worden aangegeven.
  • Het vertrek uit België wordt gelijkgesteld met een overdracht (exit tax), met uitdoving ervan wanneer de financiële activa gedurende 24 maanden worden behouden.


To do:

  • Inventariseer de financiële activa die op 31 december 2025 werden aangehouden en documenteer voor elk actiefbestanddeel de gekozen waarderingsmethode en de bijhorende bewijsstukken.
  • Voor niet-genoteerde activa: beslis vóór het einde van 2026 of een bedrijfsrevisor dan wel een onafhankelijke gecertificeerde accountant moet worden aangesteld, zodat het verslag vóór 31 december 2027 beschikbaar is.
  • Bewaar het bewijs van de historische aanschaffingswaarde van de vóór 2026 opgebouwde portefeuilles, met het oog op de mogelijkheid die tot 31 december 2030 openstaat.
  • Herbekijk de statuten van maatschappen en aandeelhoudersovereenkomsten in het licht van de nieuwe realisatiemomenten.
  • Verwerk de belastingdruk en de fiscale timing in de onderhandeling over de prijsclausules — in het bijzonder earn-outclausules — en in elke overweging omtrent een verplaatsing van de woonplaats.

Ons team staat te uwer beschikking om de concrete weerslag van dit nieuwe stelsel op uw vermogenssituatie of op uw overdrachtsplannen te onderzoeken.



1. ALGEMEEN KADER EN TOEPASSINGSGEBIED


1.1 Beoogde meerwaarden

Beoogd zijn de meerwaarden die worden gerealiseerd buiten elke beroepswerkzaamheid en in het kader van het normaal beheer van het privévermogen (art. 90, eerste lid, 9°, WIB 92), naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel.

Speculatieve verrichtingen of verrichtingen die het normaal beheer overschrijden, blijven belastbaar tegen 33 %, verhoogd met de gemeentelijke opcentiemen.

Het bestaande meerwaardenstelsel van de vennootschapsbelasting blijft ongewijzigd en de nieuwe meerwaardebelasting is niet van toepassing in de belasting van niet-inwoners.


1.2 Belastingplichtige

De meerwaarde is belastbaar in hoofde van de eigenaar of de blote eigenaar; de vruchtgebruiker is niet betrokken. Voor gehuwde belastingplichtigen bepaalt het huwelijksvermogensstelsel de verdeling van de belasting.


1.3 De beoogde financiële activa

Het begrip is ruim, maar limitatief, en omvat vier categorieën: 

  • financiële instrumenten in de zin van de wet van 2 augustus 2002 (met name effecten zoals aandelen en obligaties, geldmarktinstrumenten, rechten van deelneming in ICB’s, ETF’s en ETN’s, optiecontracten en afgeleide producten, ook buitenlandse, en emissierechten);
  • verzekeringsovereenkomsten en kapitalisatieverrichtingen van de takken 21, 22, 23, 26 en 44 en hun buitenlandse equivalenten, met uitsluiting van de schuldsaldoverzekeringen en de uitvaartverzekeringen;
  • cryptoactiva (in de zin van de MiCA-verordening); en
  • valuta en beleggingsgoud.

Betaalinstrumenten — dit zijn de middelen waarmee een betaling technisch wordt uitgevoerd — zijn uitgesloten. Zij moeten worden onderscheiden van betaalfondsen en cryptoactiva, die wel binnen het toepassingsgebied van de belasting vallen.

Volgens de administratieve circulaire kwalificeren deelbewijzen van een maatschap als effecten: de overdracht ervan valt binnen het toepassingsgebied van de belasting, zelfs wanneer de maatschap geen enkel financieel actief aanhoudt. Dit standpunt lijkt ons voor betwisting vatbaar.


1.4 De overdracht onder bezwarende titel


Enkel de overdracht onder bezwarende titel wordt beoogd (schenkingen en overgangen wegens overlijden zijn dat niet, onder voorbehoud van de analyse van de tegenprestatie bij een schenking met last).

Twee verrichtingen worden ermee gelijkgesteld: (A) de uitkering bij leven van kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringsovereenkomsten en kapitalisatieverrichtingen, en (B) de overbrenging naar het buitenland van de woonplaats of de zetel van fortuin.

Het ogenblik van de realisatie is bepalend, ongeacht de effectieve betaling.

Elke omzetting van cryptoactiva, ook van crypto naar crypto, vormt een realisatie.


2. DE DRIE BELASTINGSTELSELS


Een overdracht valt onder slechts één bepaling, waarbij de meest specifieke voorrang heeft: type A gaat voor op type B, dat op zijn beurt voorrang heeft op type C.


Type A -Interne meerwaarde

Type B - Aanmerkelijk belang

Type C - Algemeen stelsel (residuair)

Beoogde verrichting

Overdracht van aandelen, deelbewijzen of winstbewijzen aan een vennootschap die door de overdrager wordt gecontroleerd, alleen of samen met zijn naaste familie

Overdracht van aandelen of deelbewijzen door een belastingplichtige die rechtstreeks ten minste 20% van de rechten in het kapitaal aanhoudt

Alle andere meerwaarden op financiële activa

Tarief

33%

(zonder opcentiemen)

1,25% / 2,5% / 5% / 10% per schijf; 

16.5% bij overdracht van Belgische aandelen aan een rechtspersoon gevestigd buiten de EER

(zonder opcentiemen)

10%

(zonder opcentiemen)

Vrijstelling

Inbreng van aandelen of deelbewijzen: vrijgesteld

Inbreng van aandelen of deelbewijzen: vrijgesteld
1.000.000 EUR over 5 belastbare tijdperken, niet geïndexeerd

​

Inbreng van aandelen of deelbewijzen: vrijgesteld

10.000 EUR (Aj.2027) + bijkomede schijf van 1.000 EUR vanaf aj. 2028 

Inning

Aangifte in de personenbelasting

Aangifte in de personenbelasting

Roerende voorheffing van 10% (financiële instrumenten en verzekeringen) of aangifte


2.1 Type A - Interne meerwaarde

De beoogde overdracht is het verkoop van aandelen, deelbewijzen of winstbewijzen aan een vennootschap waarover de verkoper een rechtstreekse of onrechtstreekse controle uitoefent, alleen of samen met zijn naaste familie (echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, afstammelingen, ascendenten en zijverwanten tot de tweede graad, alsook die van de echtgenoot). De controle wordt in beginsel beoordeeld op het ogenblik van de overdracht.

Via een reparatiewet worden bepaalde correcties verwacht om de huidige incoherenties in de wet weg te werken.


2.2 Type B - Aanmerkelijk belang

De overdrager moet zelf, rechtstreeks, ten minste 20% van de rechten in het kapitaal aanhouden, ongeacht wie de overnemer is. De deelnemingen van de naaste familie zijn niet relevant: voor een gehuwd koppel dat de aandelen in gemeenschap aanhoudt, ligt de drempel op 40% bereiken. 

Winstbewijzen, opties en warrants zijn geen aandelen en tellen dus niet mee voor de berekening van de drempel, die bij elke overdracht wordt beoordeeld.

De vrijstelling van 1.000.000 EUR werkt als een “rugzak” die over vijf opeenvolgende belastbare tijdperken kan worden aangewend; het saldo wordt per schijf belast (1,25% tot 2,5 miljoen EUR, 2,5% van 2,5 tot 5 miljoen EUR, 5% van 5 tot 10 miljoen EUR, 10% daarboven).

Overdrachten van deelnemingen in Belgische vennootschappen aan een rechtspersoon die buiten de EER is gevestigd, zijn – zoals vóór 1 januari 2026 – onderworpen aan het tarief van 16,5%.


2.3 Type C - Het algemene stelsel

Residuaire categorie, belast tegen 10% (zonder gemeentelijke opcentiemen).

De basisvrijstelling bedraagt 10.000 EUR voor het aanslagjaar 2027, wat neerkomt op een maximaal fiscaal voordeel van 1.000 EUR tegen het tarief van 10%.

Wordt de basisvrijstelling niet gebruikt, dan kan een bijkomende vrijstelling van maximaal 1.000 EUR per jaar worden opgebouwd en hernieuwd tot een maximum van 5.000 EUR, mits een aantal strikte voorwaarden worden nageleefd.


3. BELASTBARE GRONDSLAG, AANSCHAFFINGSWAARDE EN “FOTOMOMENT” OP 31 DECEMBER 2025


3.1 Belastbare grondslag

De meerwaarde wordt gedefinieerd als het positieve verschil tussen de ontvangen prijs of waarde en de aanschaffingswaarde.

Er is geen aftrek van kosten: de meerwaarde wordt berekend zonder rekening te houden met kosten die verband houden met de aan- of verkoop (zoals beurstaks of erelonen van adviseurs die meegewerkt hebben bij het aan- of verkoopproces) . Alleen de zuivere aankoopprijs en de zuivere verkoopprijs worden met elkaar vergeleken om de eventuele meerwaarde te bepalen.. Bij een verkrijging om niet wordt de aanschaffingswaarde van de rechtsvoorganger in aanmerking genomen. De betaling van erf- of schenkbelasting wordt niet in aanmerking genomen.

De FIFO-methode is van toepassing op identieke activa, afzonderlijk per rekening wanneer er meerdere rekeningen bestaan.

Voor activa die zijn verworven vóór 1 januari 2026 wordt de aanschaffingswaarde vervangen door de waarde van het actief op 31 december 2025: de historische meerwaarden (van vóór die datum) ontsnappen aan de belasting (zgn. step-up in basis).


3.2 De waarderingsmethoden op 31 december 2025

  • Genoteerde activa op een gereglementeerde of regelmatig actieve markt: laatste slotkoers van het jaar 2025.
  • Verzekeringsovereenkomsten en kapitalisatieverrichtingen: inventarisreserve op 31 december 2025, proportioneel verminderd bij een latere gedeeltelijke afkoop; tot 31 december 2030 kan de belastingplichtige aantonen dat het totaal van de gestorte premies die reserve overschrijdt.
  • Niet-genoteerde activa: de hoogste van vier waarden:

    • o de waarde die in aanmerking is genomen bij een overdracht tussen volledig onafhankelijke partijen, bij de oprichting van een vennootschap of bij de laatste kapitaalverhoging die in 2025 heeft plaatsgevonden;
    • o  de waarde die voortvloeit uit een waarderingsformule opgenomen in een overeenkomst of in een contractueel aanbod van verkoopoptie dat van kracht is op 1 januari 2026;
    • o  voor aandelen en gelijkgestelde instrumenten, de waarde van het eigen vermogen verhoogd met vier maal de EBITDA van het laatste boekjaar afgesloten vóór 1 januari 2026 (enkel het eigen vermogen indien de EBITDA negatief is);
    • o   de waarde vastgesteld in een verslag opgesteld vóór 31 december 2027 door een onafhankelijke bedrijfsrevisor — andere dan de commissaris — of door een onafhankelijke gecertificeerde accountant.

De parlementaire voorbereiding verduidelijkt dat een transactie uit 2026 niet als referentie kan dienen, zelfs niet wanneer zij op de waarde per 31 december 2025 is gebaseerd, en dat bij meerdere kapitaalverhogingen in 2025 enkel de laatste in aanmerking wordt genomen. De EBITDA-formule wordt afgelezen uit de jaarrekening van het recentst afgesloten boekjaar, zonder mogelijkheid om latere resultaten te integreren: zij benadeelt vennootschappen met een gebroken boekjaar en verliest elke economische relevantie voor holdings, waarvan de gegevens van de dochtervennootschappen niet in aanmerking worden genomen.


3.3 Afwijkend stelsel voor overdrachten tot 31 december 2030

Als de historische aanschaffingswaarde hoger is dan de waarde op 31 december 2025, kan de belastingplichtige, op verzoek en uitsluitend voor overdrachten verricht tot en met 31 december 2030, de meerwaarde laten berekenen op basis van die werkelijke waarde, waarvan hij de bewijslast volledig draagt  (het is dus aangewezen om het bewijs van de historische aanschaffingswaarde van vóór 2026 opgebouwde portefeuilles te bewaren). Deze mogelijkheid kan nooit een minderwaarde doen ontstaan: zij herleidt de meerwaarde hoogstens tot nul. De berekening gebeurt dan op de gemiddelde aanschaffingswaarde en niet volgens de FIFO-methode.


3.4 Minderwaarden

Zij zijn slechts aftrekbaar als zij worden gerealiseerd tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk, door dezelfde belastingplichtige en binnen dezelfde categorie (type A, B of C), zonder overdraagbaarheid naar latere belastbare tijdperken. Binnen het algemeen stelsel is de compensatie ruim: een minderwaarde op cryptoactiva kan bijvoorbeeld worden aangerekend op een meerwaarde op genoteerde aandelen. Voor activa verworven vóór 2026 wordt ook de minderwaarde berekend met verwijzing naar het fotomoment, wat een fiscale minderwaarde kan doen ontstaan terwijl de verrichting economisch winstgevend is.


4. VERTREK UIT BELGIË: DE EXIT TAX


Het verlies van de hoedanigheid van rijksinwoner wordt gelijkgesteld met een overdracht onder bezwarende titel: de latente meerwaarde wordt belast tegen 10%, of volgens het progressieve tarief bij een aanmerkelijk belang als de voorwaarden daarvan op het ogenblik van het vertrek zijn vervuld, waarbij de overeenstemmende vrijstelling van toepassing blijft.

Uitstel van betaling vindt automatisch plaats wanneer de belastingplichtige inwoner wordt van een lidstaat van de EU of de EER, of van een Staat die met België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten dat voorziet in de uitwisseling van inlichtingen en in wederzijdse bijstand bij invordering. In alle andere gevallen is betalingsuitstel facultatief en afhankelijk van een toereikende zekerheid (geval per geval te beoordelen). Het behoud ervan veronderstelt dat de activa gedurende 24 maanden niet onder bezwarende titel worden overgedragen en evenmin met een zakelijke zekerheid worden bezwaard, en dat de belastingplichtige zijn woonplaats in een van de bedoelde rechtsgebieden behoudt, waarbij jaarlijks een attest moet worden overgelegd. De belasting dooft uit als de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats binnen 24 maanden opnieuw in België vestigt, of als hij na het verstrijken van die termijn inwoner van het andere land blijft.


5. INNING EN AANGIFTEVERPLICHTINGEN


Een roerende voorheffing van 10% wordt door de (Belgische) financiële tussenpersonen en de verzekeringsondernemingen ingehouden, uitsluitend op de meerwaarden op financiële instrumenten en verzekeringsovereenkomsten, met de mogelijkheid van een opt-out.

De inhouding houdt geen rekening met eventuele vrijstellingen of eventuele minderwaarden, noch met een hogere historische aanschaffingswaarde: de aangifte in de inkomstenbelasting laat toe dit te corrigeren, met bewijsstukken ter staving.

Meerwaarden op cryptoactiva, vreemde valuta en beleggingsgoud, en meerwaarden die onder de exit tax vallen, moeten verplicht worden aangegeven (geen roerende voorheffing).

De voorheffing wordt pas ingehouden sinds 1 juni 2026; voor de periode van 1 januari tot 31 mei 2026 liet een opt-in-mechanisme toe een gelijkwaardig bedrag te storten.

Tenslotte legt artikel 326bis WIB 92 aan de tussenpersonen die betrokken zijn bij verrichtingen van type A en B een aangifteverplichting op met betrekking tot de verkregen prijs en de identiteit van de partijen. Personen die tot het beroepsgeheim gehouden zijn, zijn hiervan vrijgesteld en, overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie, zijn advocaten zelfs niet gehouden de overige betrokkenen te informeren.


6. PRATISCHEAANDACHTSPUNTEN


6.1 Onverwijld beslissen over de waardering van niet-genoteerde activa

De termijn van 31 december 2027 vormt een belangrijke vervaldag: bij gebreke aan een verslag opgesteld door een bedrijfsrevisor of een gecertificeerd accountant uiterlijk op die datum, zullen enkel de drie andere waarderingsmethoden in aanmerking komen. In de praktijk zal dit meestal leiden tot de toepassing van de formule “eigen vermogen + 4 × EBITDA”, met de hierboven aangehaalde distorsies.

De belastingdienst heeft aangegeven dat zij niet zal arbitreren tussen uiteenlopende verslagen van aandeelhouders en dat zij een waardering slechts in volstrekt uitzonderlijke situaties in vraag zal stellen.


6.2 Maatschappen

De fiscale transparantie blijft behouden, maar de toetredingen en uittredingen worden potentiële realisatiemomenten.

De inbreng van financiële activa is in beginsel een overdracht onder bezwarende titel, behalve wanneer de verhoudingen tussen de vennoten ongewijzigd blijven; de inbreng van aandelen of deelbewijzen geniet daarenboven de bij wet voorziene vrijstelling, maar dat geldt niet voor obligaties of andere financiële activa.

De toetreding van een nieuwe vennoot brengt leidt tot een impliciete ruil en dus een gedeeltelijke realisatie. 

De overdracht van deelbewijzen valt overigens binnen het toepassingsgebied van de belasting, zelfs bij afwezigheid van onderliggende financiële activa; de verenigbaarheid van dit standpunt met de fiscale transparantie van een maatschap lijkt ons betwistbaar.

Een aangepaste statutaire clausule laat ten slotte toe af te wijken van de standaardverdeling van de meerwaarden in gelijke delen onder de vennoten.


6.3 Uittredingen uit onverdeeldheid

De uittreding uit onverdeeldheid vormt een overdracht onder bezwarende titel in de mate dat zij een impliciete ruil van activa tussen de deelgenoten inhoudt.

Er is in een vrijstelling voorzien voor uittredingen die plaatsvinden binnen drie jaar na een overlijden, een echtscheiding of het einde van een wettelijke of feitelijke samenwoning; de oorspronkelijke aanschaffingswaarde blijft evenwel van toepassing bij de latere overdracht.


6.4 De aandelenopties

Voor de berekening van de meerwaarde in de zin van deze nieuwe wetgeving geldt voor de aandelen en gelijkgestelde instrumenten die in het kader van het aandelenoptiestelsel (wet van 26 maart 1999) worden verkregen, als aanschaffingswaarde de waarde van het aandeel op het ogenblik van de uitoefening van de optie, en niet die op het ogenblik van de toekenning van de optie.


6.5 De algemene antimisbruikbepaling

De algemene antimisbruikbepaling kan op alle verrichtingen worden toegepast. De volgende voorbeelden worden in de circulaire aangehaald, maar deze zijn niet exhaustief: een schenking aan een niet-inwoner gevolgd door een doorverkoop en een retrocessie van de prijs, de overdracht van het saldo van de rekening-courant aan de kinderen na verkoop aan hun holding, het verwerven van gezamenlijke controle na een overdracht die aan het stelsel van de interne meerwaarden ontsnapt, of opeenvolgende doorverkopen die het tarief van 16,5 % beogen te omzeilen. Een herkwalificatie als dividend kan bovendien betrekking hebben op de volledige prijs, met inbegrip van de in beginsel vrijgestelde historische meerwaarde.


7. INZICHTEN VOOR ONDERNEMERS EN OVERDRAGERS


7.1 Private equity, MBO en toetreding van een externe investeerder

De regeling voor interne meerwaarden is slechts van toepassing als de overdrager alleen of samen met een of meer naaste familieleden zeggenschap uitoefent over de overnemende vennootschap: gezamenlijke zeggenschap met een private-equityfonds of met het management valt niet binnen het toepassingsgebied ervan.

De in dergelijke verrichtingen gebruikelijke clausules — vetorechten, strategische overeenkomsten en benoemingsrechten — zouden op zichzelf niet mogen volstaan om zeggenschap vast te stellen.

Bijzondere waakzaamheid is niettemin geboden met betrekking tot het recht om de meerderheid van de bestuurders te benoemen en elke wijziging van zeggenschap na de overdracht: die moet mogelijk opnieuw beoordeeld worden vanuit het oogpunt van fiscaal misbruik.


7.2 Familiale overdracht en inkoop van eigen aandelen

De overdracht van de aandelen van de werkvennootschap door de ouders aan de holdingvennootschap die eigendom is van hun kinderen, valt buiten de regeling voor interne meerwaarden, op voorwaarde dat de ouders er geen zeggenschap over uitoefenen — onder voorbehoud van de behandeling van de rekening-courant. De verrichting valt dan onder de regeling voor aanmerkelijke deelnemingen of onder de algemene regeling. Daarentegen kan een inkoop van eigen aandelen door een vennootschap waarover de verkoper zeggenschap uitoefent, onder de regeling voor interne meerwaarden vallen, ook in het kader van incentiveplannen.


7.3 Earn outclausules

Prijsaanvullingen die betrekking hebben op een overdracht die vóór 1 januari 2026 is verricht, vallen buiten de nieuwe belasting, ongeacht het tijdstip waarop zij worden betaald.

Voor overdrachten die vanaf die datum worden gesloten, wordt de earn-out beschouwd als een realisatie onder opschortende voorwaarde: de meerwaarde is slechts belastbaar in het belastbare tijdperk waarin de aanvulling zeker en opeisbaar wordt, met andere woorden wanneer de opschortende voorwaarde(n) is (zijn) vervuld. De tarieven en vrijstellingen van de regeling voor aanmerkelijke deelnemingen zijn eveneens van toepassing op deze latere betalingen.
Het blijft een open vraag of de initiële prijs en de aanvulling bij elkaar moeten worden opgeteld om de progressiviteit van het tarief te behouden.


SLOTOPMERKING


Deze nieuwsbrief is gebaseerd op de wetteksten, de parlementaire voorbereiding en de administratieve commentaar die op heden beschikbaar zijn. Bepaalde praktische aspecten, in het bijzonder de aangifteformaliteiten en de interpretatie van sommige waarderingsbegrippen, zullen nog moeten worden bevestigd in het licht van de aangifteformulieren, de administratieve praktijk en, in voorkomend geval, latere commentaren.

Er wordt verwacht dat vóór het einde van het jaar een wijzigingswet zal worden aangenomen om bepaalde inconsistenties in de wetgeving te verhelpen. De draagwijdte van die wijzigingswet is evenwel nog niet volledig duidelijk en het ontwerp is niet openbaar beschikbaar; een actualisering kan daarom nodig zijn in het licht van de inhoud van die toekomstige wet.




  ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​     


Deze nieuwsbrief is bedoeld om algemene informatie te verstrekken en vormt geen persoonlijk advies op maat. Hoewel  zij met zorg is opgesteld, mag zij niet worden beschouwd als juridisch advies en verbindt zij, als zodanig, de verantwoordelijkheid van het advocatenkantoor Advisius niet.

© Advisius (KBO 0741.762.760)





 


 




Fiscale behandeling van earn-out-clausules krachtens de wet van 6 april 2026
Personenbelasting (en Rechtspersonenbelasting)